BESTE LEDEN LOG IN A.U.B.

    Rasbeschrijving van de Leonberger

    Deel
    avatar
    L.G.R
    Moderator
    Moderator

    Aantal berichten : 187
    Punten : 562
    Registratiedatum : 15-04-11
    Leeftijd : 36
    Woonplaats : Amsterdam

    Rasbeschrijving van de Leonberger

    Bericht  L.G.R op ma 18 apr 2011, 08:55

    Rasgroep van de Leonberger
    De Leonberger behoort tot de Rasgroep "Dogachtigen"


    Geschiedenis van de Leonberger

    Het plaatsje Leonberg in de BadenWürttemberg streek van Duitsland genoot in de Middeleeuwen binnen geheel Europa bekendheid vanwege zijn hond en- paardenmarkt.

    Een schepen van Leonberg, Heinrich Essig genaamd, fokte in de periode rond 1840 op grote schaal Leonbergse Honden.Hoewel er geen duidelijk omlijnd fokprogramma bestond en vrijwel geen documentatie uit die tijd voorhanden is,mag worden aangenomen dat hij in elk geval om. een zwart - witte Newfoundlander teef kruiste met een zogenaamde "BARRY - reu" uit het klooster op de grote St-Bernard in Zwitserland. Later werd daar nog de Pyreneese Berghond in gefokt. Daaruit ontstonden zeer grote honden met overwegend lange witte beharing.
    Het uiteindelijk doel van Essig was een hond te fokken die zoveel mogelijk op een leeuw zou gelijken,het dier in het stadswapen van Leonberg.

    In 1846 ontstond voor het eerst een beschrijving van het ras, die alle voortreffelijke eigenschappen van de rassen die als uitgangspunt gediend hadden in zich droeg.

    Deze rasbeschrijving liet echter nog veel variëteit toe, hij hield wel in dat vanaf dat moment sprake was van de Leonberger zoals wij hem thans min of meer kennen. De standaard werd in de loop van de geschiedenis nog diverse keren bijgesteld.
    Korte tijd later al werden veel van deze honden uit Leonberg over de hele wereld als statussymbool verkocht. Aan het eind van de 19de eeuw werd in Baden-Württemberg de Leonberger graag op de boerderij gehouden. Hij werd geroemd om zijn werk als waak- en als trekhond.
    Gedurende beide wereldoorlogen en in de jaren van schaarste erna liep het aantal fokdieren dramatisch terug. Maar het ras herstelde zich en vandaag de dag is de Leonberger een uitstekende gezinshond, die voldoet aan alle eisen die het moderne leven aan hem stelt.

    De Leonberger (Leonbergse Hond) is ook bekend uit de geschiedenis. De Oosterijkse Keizerin Elisabeth (Sissi) had er maar liefst zeven (toen nog zilverkleurig) en ook Richard Wagner, Garibaldi en zelfs Koning Leopold 1 der Belgen wist zich de gelukkige bezitter van een Leonberger.


    Karakter van de Leonberger

    De Leonberger is leergierig en intelligent. De Leonberger wordt geroemd om zijn kindvriendelijk karakter. Een echte familiehond die overal mee naartoe genomen kan worden. Waakzaam, vriendelijk, nieuwsgierig, maar beslist geen doetje. Rustig in huis, buiten levendig en speels. Tegenover soortgenoten en andere dieren is hij verdraagzaam, wel haast vanuit een zekere soevereiniteit. De Leonberger is van nature niet angstig of agressief.

    De pluspunten van een Leonberger:
    Een sterk, rustig en evenwichtig karakter.
    Een bijzonder kindvriendelijk karakter.
    Een sterke hang naar menselijk gezelschap.
    Waakzaam, leergierig en intelligent

    De minpunten van een Leonberger:
    De grootte
    De langharige vacht met veel onderwol, hetgeen twee keer per jaar een sterke rui betekent
    Een gezonde eetlust.
    Zijn voorliefde voor water.


    Rasstandaard van de Leonberger

    De Leonberger Rasstandaard

    Algemene verschijning:
    De Leonberger is een zeer grote, krachtig gebouwde, gespierde, maar toch elegante hond. Aan zijn bouw is zijn oorspronkelijke gebruiksdoel af te lezen. Zijn harmonische lichaamsbouw en zelfverzekerdheid springen samen met een levendig temperament daarbij in het oog.
    Vooral de reu is imposant en straalt kracht uit.

    Verhoudingen:
    De schouderhoogte verhoudt zich tot de lichaamslengte als 9:10. De borstdiepte bedraagt rond 50% van de schouderhoogte.

    Gedrag, karakter:
    Als gezinshond is de Leonberger onder de huidige woon- en leefomstandigheden een aangename partner, die zonder problemen overal naartoe kan worden meegenomen en die uitblinkt door uitgesproken kindvriendelijkheid. Hij is niet schuw of agressief. Als gezelschapshond is hij een prettige, volgzame en onbevreesde kameraad onder alle omstandigheden.

    Tot de gewenste karaktervastheid behoren vooral:
    zelfverzekerdheid en voorname kalmte,
    een gematigd temperament (waartoe ook speelsheid behoort),
    het kunnen bijbrengen van gehoorzaamheid,
    het leergierig en opmerkzaam zijn,
    het niet bang zijn voor geluiden en lawaai.

    Hoofd:
    Over het geheel dieper dan breed en eerder gestrekt dan gedrongen. Voorsnuit en schedel ongeveer even lang. De huid ligt overal strak aan, geen kopplooien.

    Schedel:
    zowel van opzij als van voren gezien weinig gewelfd. Krachtig, passend bij lichaam en botwerk, maar nooit zwaar. Het achterste deel is nauwelijks breder dan dat bij de ogen.

    Aangezichtsschedel
    Stop:

    duidelijk zichtbaar, echter matig diep.

    Neus:
    altijd zwart.

    Voorsnuit:
    vrij lang, nooit spits toelopend. Neusrug overal even breed, nooit hol, eerder licht gewelfd (ramsneus).

    Lippen:
    aangesloten, zwart met gesloten mondhoek.

    Kaken:
    krachtig met een perfect, regelmatig compleet schaargebit, waarvan de bovenste rij tanden zonder tussenruimte over de onderste valt. De tanden (42 conform de gebitsformule, waarbij het ontbreken van de M3 wordt getolereerd) staan loodrecht in de kaak. Een tanggebit is toegestaan. De onderkaak mag geen insnoering vertonen bij de hoektanden.

    Wangen:
    slechts weinig ontwikkeld.

    Ogen:
    licht- tot zo donker mogelijk bruin, middelgroot, ovaal, niet diepliggend noch uitpuilend, noch te dicht noch te ver uit elkaar staand. De oogleden sluiten goed, zodat geen bindvlies te zien is. Het wit van de ogen (het zichtbare deel van de lederhuid) mag niet rood zijn.

    Oren:
    hoog, niet te ver naar achteren aangezet. Hangend, middelgroot, vlezig, tegen het hoofd gedragen.

    Hals:
    Gaat licht gebogen zonder knik in de schoft over. Liever wat lang dan gedrongen. Geen losse keelhuid of wammen.

    Lichaam

    Schoft:
    duidelijk afgetekend, in het bijzonder bij de reu.

    Rug:
    krachtig, recht en breed.

    Lendenen:
    breed, krachtig, goed bespierd.

    Croupe:
    breed, tamelijk lang, licht gerond, vloeiend overgaand in de staartaanzet. Overbouwd is verwerpelijk.

    Borst:
    breed, diep, minstens tot de ellebogen reikend. Niet te tonvormig, eerder ovaal.

    Onderbelijning:
    slechts licht oplopend.

    Staart:
    zeer rijk behaard. In stand recht omlaag hangend, ook in de beweging slechts weinig opgebogen en bij voorkeur niet boven het verlengde van de ruglijn uitkomend.

    Ledematen:
    zeer krachtig, speciaal bij de reu.

    Voorhand

    Benen:
    recht, evenwijdig. Niet nauw.

    Schouders/bovenarm:
    lang, schuin geplaatst, een niet te stompe hoek met elkaar vormend.

    Voormiddenvoet:
    krachtig, niet slap. Van voren gezien recht, vanaf de zijkant gezien bijna loodrecht.

    Voeten:
    in stand recht. Niet naar binnen, noch naar buiten gedraaid. Redelijk rond, gesloten, tenen goed gewelfd. Voetkussens zwart.

    Achterhand

    Benen:
    van achteren gezien niet te nauw staand, evenwijdig. Spronggewrichten niet naar binnen noch naar buiten wijzend.

    Bekken:
    schuin geplaatst.

    Dijbenen:
    tamelijk lang, schuin gelegen, sterk bespierd. Dijbeen en sprong moeten een duidelijke hoek vormen.

    Spronggewrichten:
    krachtig, duidelijke hoek tussen sprong en achtermiddenvoet.

    Voeten:
    in stand recht naar voren wijzend. Niet te lang. Tenen gewelfd. Voetkussens zwart.

    Gangwerk:
    ruim uitgrijpend. Regelmatig bewegingsverloop in alle gangen. Voor veel grond nemend, achter goed stuwend. In stap en draf van voren en van achteren gezien blijven de benen steeds recht.

    Vacht

    Structuur:
    middelzacht tot stug. Rijkelijk lang, vlakliggend, nooit in een scheiding. De beharing laat overal ondanks de vele ondervacht de lichaamsbouw zien. Sluik, beetje golvend nog toegestaan. Aan hals en borst een manenkraag, vooral bij reuen. Duidelijke bevedering aan de voorbenen, uitgesproken broek aan de achterbenen.

    Kleur:
    geel, rood, roodbruin, ook zandkleurig (vaalgeel, crêmekleurig) en alle combinaties daarvan, altijd met zwart masker. Zwarte haarpunten zijn toegestaan, zwart mag echter niet de grondkleur van de hond bepalen. Lichtere aftekeningen in de grondkleur aan de onderkant van de staart, de manen, de bevedering van de voorhand en de broek aan de achterbenen mogen niet zo sterk zijn, dat ze de harmonie met de grondkleur verstoren.

    Een kleine witte borstvlek of smalle streep op de borst zijn toegestaan, net als witte haren aan de tenen.

    Schouderhoogte
    Reuen 72-80 cm, aanbevolen gemiddelde 76 cm
    Teven 65-75 cm, aanbevolen gemiddelde 70 cm.

    Fouten:

    Ieder kleine afwijking van de hiervoor genoemde punten moet als tekortkoming, iedere grotere afwijking als fout worden aangemerkt. De kwalificatie dient in verhouding te staan tot de ernst van de afwijking en aangeven in welke mate daarmee rekening is gehouden (zeker waar het gaat om gedrag, type, harmonie, gangwerk).

    Diskwalificerende fouten:
    schuwe en agressieve dieren
    sterke anatomische fouten (bijv. duidelijke koehakkigheid, uitgesproken karperrug, zadelrug, sterke uitdraaiing van de voorvoeten, volstrekt onvoldoende hoeking van schouder-, elleboog-, knie- of spronggewricht)
    ontbreken van gebitselementen (met uitzondering van de M3), boven- of ondervoorbijter, andere gebitsfouten
    te kleine honden
    sterk gekrulde of te hoog gedragen krulstraat
    ongewenste kleuren (bruin met bruine neus en bruine voetzolen, black and tan, zwart, zilvergrijs, wildkleur)
    geheel ontbrekend masker
    bruine neusspiegel, bruine voetkussens
    sterk pigmentverlies in de lippen
    ogen zonder bruin
    te veel wit (reikend van tenen tot middenvoet, meer dan handgrote borstvlek, wit op andere plaatsen)
    entropion, ectropion.


    Gezondheid van de Leonberger

    De Leonberger kan HD-(heupdysplasie) en oogproblemen hebben.

    De kans dat deze aandoeningen bij een hond uit geteste ouders voorkomt is veel kleiner dan uit niet geteste ouders.
    Vraag dus aan de fokker naar de testresultaten van de ouders, een goede fokker laat deze graag zien en heeft kopieën van de resultaten van de vader of kan deze via een site laten zien.

    De HD-test/foto worden door een specialist uitgevoerd en beoordeeld door de W.K.Hirschfeld Stichting.
    De ogen worden getest door een specialist met een ECVO-oogtest.

    De beste uitslag voor HD is HD-A. Met HD-B (een overgangsvorm) mag ook vaak gefokt worden en zelfs met HD-C (lichte vorm HD).

    Bij de oogtest wil je de uitslag VRIJ hebben.

    Daarnaast wordt een gedragstest verplicht voor fokhonden



    Verzorging van de Leonberger

    Voor de Leonberger is een uitgebalanceerde voeding van levensbelang. Vergeet niet dat een pup bij de geboorte gemiddeld 500 gram weegt en dat het gewicht uiteindelijk 120 keer zo groot zal worden. De Leonberger bezit in het algemeen een gezonde

    Een goede fokker geeft bij het afhalen van de pup voedingsadvies en/of een voedingslijst mee.

    Het duurt ca. 2 tot 3 jaar voordat de hond zijn eindgewicht bereikt.

    Wat verlangt een Leonberger van zijn baas:
    Dat hij bereid is een consequente behandeling en opvoeding te geven. Geen africhting, maar vorming van het karakter. Dit kan door het volgen van een gehoorzaamheidscursus. Bedenk wel dat een volwassen Leonberger tussen 50 kilo (Teven) en 80 kilo (Reuen) kan wegen. Voorkom dat de hond met U gaat wandelen, in plaats van andersom.

    Dat hij bereid is tot het schenken van aandacht, gezelschap en zorg. De Leonberger verlangt er naar en zal er regelmatig om vragen

    Dat hij bereid is om er, weer of geen weer, op uit te trekken. De Leonberger heeft regelmatig lichaamsbeweging nodig. In de opgroei vaak, maar goed gedoseerd. Later zijn lange wandelingen favoriet.

    Dat hij bereid is om de Leonberger in contact te brengen met andere honden. Door "honds" te communiceren vervreemd hij niet van zijn soortgenoten. Met name in de opgroeiperiode is dit van groot belang binnen het socialisatieproces.Ook hier heeft een gehoorzaamheidscursus een uitstekende functie.

    Dat hij bereid is te accepteren dat in uw woonkamer af en toe zand of een vlok haar ligt.


    Wat verdraagt een Leonberger niet:
    Hele dagen opgesloten zitten, omdat de baasjes moeten werken.

    Langdurig opgesloten zitten in een hok of een kennel.

    Te weinig beweging.



    Opvoeding van de Leonberger

    Opvoeding:


    De eerste 3 levensweken.

    Honden worden altijd blind en doof geboren. De eerste twee levensweken bestaan eigenlijk alleen maar uit zuigen en slapen. Aangeboren bij het puppy is het feit dat hij of zij alleen maar op zoek is naar voeding en een warmtebron. Goed horen en zien begint eigenlijk pas vanaf de 3e levensweek.



    3e t/m 8e levensweek:
    Deze fase noemt men ook wel de fase waarin de puppy's hun geaardheid ontwikkelen. Met de tijd ontwikkelt zich het gehoor en gezichtsvermogen. Het puppy leert dat er buiten hem en zijn moeder ook nog andere puppy's zijn en natuurlijk de fokker. Het puppy leert lopen, rennen en springen. De nieuwsgierigheid is groot en alles wordt besnuffeld en op gekauwd. Het puppy beleeft de positieve en negatieve kanten van het leven. Omdat de meeste puppy's zonder vader opgroeien moet de opvoeding van de mens, vanaf het begin door de fokker worden overgenomen. Het puppy moet leren wat verboden is, waar zijn grenzen liggen, leren luisteren naar commando's, waar hij z'n behoefte mag doen, etc. etc. dit alles leert hij in samenspel met het opnemen van voeding, van de fokker. Het puppy heeft nu langzaam een volledig melkgebit en krijgt zijn eerste wormkuren. Aan het einde van de 8e levensweek krijgt hij z'n eerste inenting.



    2e t/m de 3e levensmaand:

    Dit is de tijd waarin het puppy naar zijn uiteindelijke familie gaat. Op dit moment overheerst de nieuwsgierigheid nog steeds de angst, het puppy verlangt naar avontuur. Tot het einde van de 3e levensmaand maakt men beter nog geen lange wandelingen. Het beste zoekt U een groot weiland waar geen gevaar dreigt en waar het puppy rustig andere honden en mensen kan ontmoeten. In deze gewenningsfase moet het puppy leren op zijn naam te reageren als men hem roept. Met als beloning een lekkertje, behaalt U het beste resultaat. Het puppy moet leren waar hij z'n behoefte kan doen. Het beste brengt U het puppy, na elke maaltijd en naar elk dutje of als hij onrustig in de kamer begint te snuffelen, direct naar buiten. Wanneer hij op de juiste plaats zijn behoefte heeft gedaan moet U hem uitbundig belonen. In de gewenningsfase moet U het puppy niet straffen wanneer hij zijn behoefte per ongeluk een keer op het tapijt doet, elke vorm van geweld maakt het puppy handschuw en argwanend tegenover U.



    3e t/m de 6e levensmaand:

    De eerste melktandjes wisselen voor de grote tanden. Let erop dat het puppy een volwaardig scharengebit krijgt. Voltandig, dus 42 tanden, is Uw puppy ongeveer met 6 maanden. De eerste 6 levensmaanden zijn de belangrijkste maanden uit het hondenleven, wat betreft de voeding, omgeving en opvoeding. Alleen als Uw puppy U volledig vertrouwt kunt U hem goed opvoeden. Om de positieve karakterontwikkeling van Uw hond optimaal te stimuleren moet U absoluut het volgende in acht nemen De puppy heeft in elk geval een intensieve familieband nodig, vanzelfsprekend neemt U de puppy zoveel mogelijk overal mee naar toe, autorijden, winkelpassage, warenhuis, parkeergarage, evenementen, etc. en met zoveel mogelijk verschillende, hem nog onbekende situaties te confronteren. Omdat op zijn leeftijd de nieuwsgierigheid nog overheerst, betekend dat geen extra stress voor het puppy, wat wel vele puppyeigenaren denken. Natuurlijk wil het puppy en moet hij nog met veel andere honden spelen. Hierdoor leert hij het omgaan met andere honden zodat de hond op latere leeftijd rustig, zelfverzekerd wordt en in elk geval niet agressief ten opzichte van andere honden is.



    6e t/m de 12e levensmaand:

    De opvoeding wordt nu strenger. Bedenkt U zich wel dat de Leonbergerpuppy een laatbloeier is en zijn opvoeding heel consequent, maar zeker met veel beloningen moet worden doorgevoerd. Twijfelachtige hulpmiddelen zoals een hakenhalsband of stroomriem zijn absoluut niet geschikt. Uw puppy moet leren aan de "voet" te lopen, links naast U, zijn hoofd op de hoogte van Uw knie, met een licht doorhangende riem. Elke keer weer moet U zijn hoofd weer op de juiste hoogte brengen en het commando herhalen. Het puppy moet leren juist te gaan staan, op het commando "sta" vooral als U later op een tentoonstelling wilt lopen is het belangrijk dat de hond zich van zijn beste en mooiste kant laat zien. Als hij wil gaan zitten schuif dan rustig Uw schoen onder z'n buik en beur hem weer op. Hij moet leren uren alleen te zijn zonder dat hij de hele boel afbreekt. "Zit", "lig", "hier", "los" en "foei" moet hij voor de volle 100% beheersen. De reu wordt langzaam mannelijk, in de 10e levensmaand begint hij met z'n poot op te beuren. Het teefje wordt in deze periode voor het eerst loops. Ze zal karakterveranderingen laten zien, wordt eigenwijs, dikkoppig en tegelijkertijd extreem aanhankelijk. Waarschijnlijk voelt zij zich behoorlijk onprettig en weet vooral de eerste keer niet wat haar overkomt. In de 3 weken loopsheid moet ze zeker aan de riem blijven om te voorkomen dat ze door een ongewilde reu gedekt wordt. De 10e t/m 15e dag zijn de gevaarlijkste dagen.


    Rasvereniging van de Leonberger

    http://www.leonberger.nl/


    Overige informatie over de Leonberger

    Voor wie is een Leonberger geen goed idee:

    Wie meer waarde hecht aan een huis als showroom dan aan het gezelschap van een Leonberger.

    Wie geen tijd of zin heeft in een fikse wandeling,ongeacht het weertype.

    Wie een slaafse hond wil. De Leonberger is bij uitstek goedleers, maar minzaam dwars en zeker niet kruiperig.


    Leonberger pup aanschaffen

    De aanschaf van een Leonberger:

    Men moet van tevoren er goed over nadenken wat het voor U betekent als U een Leopuppy aanschaft. Goede en uitgebreide informatie is hierbij van essentieel belang. Deze informatie kan U verkrijgen via een erkende fokker. Hoe vind U die? Het makkelijkste vind U de namen en adressen bij de erkende Leonbergerclubs. Door een tentoonstelling te bezoeken heeft U een goede mogelijkheid verschillende fokkers en Leo~vrienden te leren kennen. Een echt goede fokker, is zeer geïnteresseerd zoveel mogelijk van U te weten te komen omdat het voor hem van groot belang is dat zijn puppy een optimaal thuis krijgt met zo veel mogelijk familie contacten, dit betekent dat hij zal toetsen of U ook werkelijk voldoende tijd en ruimte voor het puppy heeft. Zou dit niet het geval zijn dan kan het zomaar gebeuren dat de Leofokker U een ander ras adviseert...............

    Zo'n lieve kleine "Teddybeer" is natuurlijk zeer aantrekkelijk, maar zal op zeer korte termijn uitgroeien tot een grote, krachtige hond met een schouderhoogte van ca. 80 cm en een gewicht van ca. 70 kg. Hier moet U zeker rekening mee houden. Een goede zaak is het om meerdere fokkers te bezoeken en te vergelijken met elkaar. Het uitkiezen van een fokker is een zeer persoonlijke zaak, wat dan ook van beide kanten overtuigend moet klikken. Beide "partijen" zouden een 100% goed gevoel moeten hebben, want het gaat tenslotte niet om een zaak maar om een nieuw familielid. Een goede fokker zal altijd veel waarde hechten aan een levenslang contact en zal regelmatig willen horen hoe het met zijn "kindje" gaat. Het is belangrijk dat U een fatsoenlijk koopcontract wordt voorgelegd waarin niet alleen heel duidelijk wordt omschreven wat de rechten en de plichten van de koper zijn, maar ook van de verkoper. Waar we U zeker voor willen waarschuwen is dat U geen overhaaste, onoverwogen beslissingen neemt. Neem rustig de tijd voor meerdere bezoeken aan de desbetreffende fokker en observeert U alles goed. De fokker zal zich over Uw verantwoordelijkheidsgevoel verheugen. Tenslotte willen we allemaal graag een gezonde, lieve, mooie Leonberger met het juiste karakter, of niet soms??

    Zoals elke goed verzorgde pup, mag je ook voor een Leonberger een prijskaartje verwachten tussen de 650 à 1000 EUR en méér.





    Behandel je dieren zoals je zelf ook behandeld wilt worden.

      Het is nu za 21 apr 2018, 02:36