BESTE LEDEN LOG IN A.U.B.

    Rasbeschrijving van de Ierse Setter

    Deel
    avatar
    L.G.R
    Moderator
    Moderator

    Aantal berichten : 187
    Punten : 562
    Registratiedatum : 15-04-11
    Leeftijd : 36
    Woonplaats : Amsterdam

    Rasbeschrijving van de Ierse Setter

    Bericht  L.G.R op ma 18 apr 2011, 04:21

    Rasgroep van de Ierse Setter

    De Ierse Setter behoort tot de Rasgroep "Staande Jachthonden, Spaniels en Retrievers"
    Geschiedenis van de Ierse Setter

    Bijna iedereen kent de rode Ierse Setter ( of Irish Red Setter ) , maar er bestaat traditioneel ook een Rood-Witte Ierse Setter ( zie foto links ). Volgens sommigen is hij zelfs de voorouder van de rode Ierse Setter. Zijn geschiedenis gaat terug tot in de 15de eeuw. Hij staat in de belangstelling omdat hij vrij zou zijn van erfelijke nachtblindheid. Jarenlang werd hij verkozen boven de rode Ierse Setter, want hij is gemakkelijker te herkennen in het veld. Aanhangers van beide door de FCI erkende rassen beweren dat hun Setter de 'juiste Setterkleur ' heeft. De Ierse Rood en Witte Setter heeft echter nooit zoveel aanhang gehad als zijn 'neef'. De laatste originele Irish Red and White Setter werd getoond op de Strabane show in 1908 in Ierland. Naast het opmerkelijke kleurverschil, is de vacht van de Red en White een beetje ruw. Van oorsprong werden Setters gefokt om hun vaardigheden bij het aanwijzen van wild ('to set') en niet om hun kleur. Hij werd voor de jacht gefokt, en omdat het gebied drassig was, was het noodzakelijk dat het dier hoog op de benen stond. Iedere streek in Ierland en Groot-Brittannië had een plaatselijke Setter, die aan de eisen van het terrein was aangepast. Waarschijnlijk is de Ierse Setter ontstaan uit kruisingen tussen Ierse Water Spaniels, Spaanse Staande Honden en de Engelse Setter en de Gordon Setter. Met de officiële kynologie kreeg ook de mode invloed op het uiterlijk van honden en werd de effen rode Setter populair. Slechts een paar liefhebbers bleven hun oud 'rood-witte' werkhonden trouw.
    Karakter van de Ierse Setter

    De Ierse Setter is bij uitstek een gezinshond. Ze zijn zeer kindvriendelijk en makkelijk en sociaal in de omgang. Het is een sportieve hond die graag regelmatig zijn benen wil strekken middels een lange wandeling. In huis zijn het rustige honden die in de aanwezigheid van het gezin willen verblijven.
    Rasstandaard van de Ierse Setter

    Qua werk gelijk aan de pointer. Dit ras is razend populair geweest bij schoonheidsfokkers en daardoor niet meer op jachteigenschappen gefokt. De oorspronkelijk aanwezige goede jachteigenschappen verdwenen grotendeels, waardoor dit ras een tijdlang niet meer werd gebruikt in ons land. De laatste jaren worden er in ons land weer op jacht geselecteerde Ierse setters gefokt. In de werklijnen ziet men ook veel rood-witte setters.

    " Evenals van veel andere rassen is de oorsprong van de Ierse Setter, in het Gaelic "Modder Rhu" (de rode hond), onbekend.

    Sommige onderzoekers zien in dit ras verwantschap met de voorzaten van de Epagneul Breton, die door migrerende Kelten in Ierland is terechtgekomen waar, door de geïsoleerde ligging van dit grote eiland, deze populatie weinig of geen invloed van andere rassen heeft ondervonden.
    Ver voor de tijd van de eerste tentoonstellingen, die in het midden van de negentiende eeuw werden gehouden, hield men in Ierland stammen aan van zorgvuldig gefokte gebruikshonden, uitermate geschikt voor de uitgestrekte jachtterreinen, schaars met wild bezet.
    Snelle galopperende honden, jagend met hoge neus en hoog op de benen staand voldeden het meest aan het eisenpakket. Van selectie op kleur was geen sprake, zowel eenkleurig rode als roodbonte exemplaren kwamen voor.
    Geleidelijk aan hebben de eenkleurige honden, vooral vanaf het ontstaan van het tentoonstellingswezen, de overhand gekregen en verdween de roodbonte Setter nagenoeg.
    Vooral de reu Palmerston, een bijna geheel donkerrode Setter met een kleine witte stip op zijn schedel, een kleurpatroon dat hij sterk vererfde en dat in de annalen als Palmerstonstip wordt vermeld, heeft een duidelijke kwaliteitsstempel op het ras gedrukt.

    Liefhebbers met werkende honden zoals jagers, verwijten de fokkers van tentoonstellingsdieren te grote nadruk te leggen op exterieur, waardoor jachteigenschappen verloren dreigen te gaan.
    Ook bij de fraaie Rode lerse Setter woedt deze strijd al jaren.
    In ons land worden weinig leren voor de jacht gebruikt, omdat onze jachtterreinen te klein zijn en te veel doorsneden met wegen voor deze ruim veld nemende honden. De laatste jaren neemt de belangstelling voor de bijna uitgestorven roodbonte variëteit weer toe en er wordt in vakkringen beweerd, dat de bonte variëteit, die nu als apart ras wordt beschouwd en wat minder racy gebouwd is dan de rode eenkleurige soortgenoot, over meer uithoudingsvermogen zou beschikken.

    De standaard van de Ierse Setter verlangt een racy type, harmonisch van bouw, evenwichtig en vol kwaliteit. De Ier moet zeer fraai en verfijnd van uiterlijk zijn, daarbij bijzonder actief met een nooit aflatende bereidheid tot speuren en jagen.
    Een heel aanhankelijke hond.
    Het lange, droge hoofd mag niet smal of spits zijn en niet grofbij de oren. Lichtgewelfde, ovale schedel van oor tot oor met een goed ontwikkelde achterhoofdsknobbel. De assen van de achterhoofdsknobbel tot de stop en van stop tot neuspunt moeten parallel verlopen en zijn evenlang. De wenkbrauwbogen geprononceerd en een goed zichtbare stop.
    Voorsnuit tamelijk diep, aan het uiteinde vrijwel vierkant. Kaken bijna evenlang, lippen mogen niet overhangen. Wijde neusgaten in een donkerkleurige mahonie, onkerbruine of zwarte neus.
    De amandelvormige ogen met vriendelijke, intelligente expressie, moeten niet te groot zijn en donkerbruin of donkerhazelnootkleurig. De goed naar achteren, laagaangezette oren zijn middelmatig groot, fijn van vel en worden in een sierlijke plooi tegen het hoofd gedragen. Krachtige kaken met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit.
    De hals moet middelmatig lang zijn, krachtig gespierd maar niet te dik, lichtgebogen en droog en gaat vloeiend in de schuine schouders over, die fijn aan de punt moeten zijn. De voorbenen moeten recht en lenig zijn met krachtig bot.
    De ellebogen mogen noch naar binnen, noch naar buitendraaien.
    De diepe borst is aan de voorzijde vrij smal, de ribben moeten goedgewelfd zijn en de borst moet ver naar achteren doorlopen.
    De stevige rechte rug daalt iets van schoft tot kruis, met lichtgewelfde lendenen.
    De achterhand moet breed zijn en kracht uitstralen. Boven- en onderschenkel moeten lang zijn en de hakken laaggeplaatst.
    De achtermiddenvoetsbeenderen zijn kort en krachtig. Goede diepe hoeking van de achterhand en de hakken mogen noch naar binnen noch naar buiten draaien. Kleine, zeer stevige voeten met sterke goed gebogen en gesloten tenen. Een krachtige stuwing van de achterhand en een soepele opvang van de voorhand garandeert een vloeiende beweging.
    De middelmatig lange staart moet in juiste verhouding tot het lichaam zijn, iets onder de ruglijn aangezet en het liefst in een lijn met de rug gedragen, of lager. De staart is dik aan de wortel en loopt uit in een fijne punt.
    De vacht op het hoofd, de voorkant van de benen en de toppen van de oren moet kort en fijn zijn.
    Op de overige lichaamsdelen en benen tamelijk lang zonder krul of golf.
    De bevedering op het bovenste deel van de oren lang en zijdeachtig, op de achterkant van voor- en achterbenen lang en fijn.
    Aan borst en buik een fraaie franje van lang haar, die tot de keel doorloopt.
    Tussen de tenen goede beharing. De vlag aan de onderzijde van de staart moet lang zijn en in lengte naar de punt afnemen.
    Alle bevedering moet zo recht en vlak mogelijk zijn.
    Ierse Setters zijn rijk kastanjebruin zonder een spoor van zwart. Wit op de borst, keel of tenen, of een kleine ster op het voorhoofd of een smalle streep of bles op de neus of voorsnuit leiden niet tot een diskwalificatie."
    (uit Handboek Kynologie)

    De rood witte ierse setter is een ander ras en mag dan ook niet door elkaar gefokt worden met de rode ier , ze anders van bouw, karakter en hebben en eigen rasstandaard.

    Verzorging van de Ierse Setter

    De Ierse Setter behoort minimaal 3 x per jaar getrimd te worden. Wekelijks een goede borstelbeurt houdt de vacht mooi en glanzend en de huid gezond.
    Opvoeding van de Ierse Setter

    Een Ierse Setter is half engel en half bengel. Hij heeft een consequente opvoeding nodig, maar dient absoluut niet zwaar gecorrigeerd te worden. Met een consequente opvoeding zijn ze makkelijk van alles te leren en zullen ze prima luisteren. Het is een sportieve hond, dus ook geschikt voor bijvoorbeeld sporten als canicross, behendigheid enz.
    Rasvereniging van de Ierse Setter

    www.iersesetterclub.nl

    Ierse Setter pup aanschaffen

    een ierse setterpup koop je alleen bij die fokkers die fokken onder pup info, deze pups zijn altijd voor 100%gefokt volgens de regels van de iersesetterclub.





    Behandel je dieren zoals je zelf ook behandeld wilt worden.

      Het is nu za 21 apr 2018, 02:34